Auteur archieven: Anieck Geerds

Zorg voor de zorgenden

We merken allemaal wat de gevolgen van het corona-virus zijn. Het is een zware tijd, waarin je zomaar voor een moeilijke keuze kan komen te staan.

Er kwam een collega bij me zitten. Aan haar gezicht was te zien, dat ze met iets rondliep. Wat moet ik doen in mijn situatie? Ik moet werken, maar ik heb thuis een kind met astma. Ik wil mijn kind niet besmetten. En ik wel zelf ook niet ziek worden. En ik wil ook niet kwetsbare ouderen besmetten.

Mag ik wel voor mijn kind kiezen en daarmee niet naar het werk gaan? Kan ik gedwongen worden door de baas om wel te gaan werken. En als ik thuisblijf, ben ik dan niet mijn collega ’s tot last, die door mij meer moeten werken?

Wat moet ik doen? We hebben samen het op een rij proberen te zetten.
Wat zou jezelf in zo ’n situatie doen? 
Heb je met een ander dilemma te maken, waar je mee zit?
Wat doe je als je er zelf niet uitkomt?

Paul de Haan
Geestelijk verzorger Manna & Willem

De waarde van het beeld

De ander zien met digitale ogen. We waren het allang gewend door social media. Facebookplaatjes en Instagramfoto’s zweven met miljoenen door het internetheelal. Wat is de waarde van elk beeld? Wat raakt ons nog? De coronacrisis stuwt het beeldgebruik op tot grote hoogten. Internet barst bijna uit zijn voegen, want we beeldbellen wat af. Opgesloten in ons thuiskantoor schakelen wij op tijd de camera in voor de beeldmeeting. We kijken stiekem de kamers in die zich achter de sprekende hoofden blootgeven. Allen even uniek als uitwisselbaar.

Marlene Dumas verzamelt heel haar leven al beelden, zoals foto’s die zij zelf maakt of opdiept uit kranten en tijdschriften. Deze dertien-in-een-dozijn beelden gebruikt zij als uitgangspunt voor haar portretten. Door de techniek die zij gebruikt krijgen de beelden verbinding met elkaar en worden de anonieme plaatjes tot sprekende gezichten.  De waarde van het beeld wordt als het ware hersteld. Het clichébeeld wordt uit de massa weggehaald en door de aandacht en bewerking van de kunstenaar uniek. De museumzaal waar deze beelden bij elkaar geplaatst zijn barst haast uit elkaar van emotie en intensiteit. Zoombeelden zijn drie kwartier online en doven daarna uit. De beelden van Marlene Dumas blijven je bij, zoals de mensen die we echt ontmoeten.

Henk van den Berg
Geestelijk verzorger Praktijk De Heerlykheit & Willem

Alleen thuis, COPD en bang voor besmetting met corona

Ida (niet haar echte naam) heeft COPD in ver gevorderd stadium. Met een grote zuurstofunit, met thuiszorg, met begeleiding op afstand van de gespecialiseerde wijkverpleegkundige en met toegewijde familie kan zij het thuis uithouden. De wijkverpleegkundige merkte dat Ida haar houvast aan het kwijtraken was en verwees haar naar Willem. Hart voor levensvragen.

Zo kwam ik met Ida in contact. Ik ontmoette haar regelmatig bij haar thuis voor een gesprek, maar sinds de coronamaatregelen mag dat niet meer. Ik bel haar nu om de week. Tijdens ons laatste gesprek, enkele dagen na Pasen, vertelt ze dat ze zich helemaal afgesloten voelt van de zorg en van haar familie. Ze ziet behalve de thuiszorg niemand meer. Ze is ook bang dat ze toch door iemand besmet zal worden en dat ze corona niet zal overleven. Ze is niet kerkelijk, maar wel gelovig. Ze put doorgaans moed en troost uit gebed en het luisteren naar mooie kerkmuziek, maar nu zit ze er helemaal doorheen. Ze voelt zich zelfs door God verlaten.

Ik breng ons gesprek op het verhaal van Pasen. Hoe Jezus riep tot God: “waarom heb je mij verlaten?”. “Maar God heeft hem niet verlaten, toch?”, zegt Ida dan. “Nee, maar het kan wel zo voelen”, zeg ik. Dat het gevoel van godverlatenheid er mag zijn is op zich al troostend voor haar, maar voor Ida biedt het niet alleen troost, zij vat ook weer moed om haar eigen ritueel op te pakken en zo de verbinding met haar innerlijke krachtbron te herstellen. “Zo, ik kan er weer effe tegen”, besluit Ida ons gesprek.

Henk van den Berg
Geestelijk verzorger Praktijk De Heerlykheit & Willem

Met Corona op de IC; naasten op afstand.

‘Misschien is het wel goed als je de partner van mw. B eens belt. Ik geloof dat hij er behoorlijk doorheen zit,’ oppert een verpleegkundige bij een koffiemoment waarop ik geregeld aanschuif bij de diverse COVID-19 afdelingen. De patiënte in kwestie is ontzettend ziek: aanhoudend hoge koorts, geïntubeerd en gesedeerd. Ze heeft er geen weet van dat haar leven balanceert op de rand van leven en dood. Haar man wel. Tweemaal daags wordt hij per telefoon op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Want op de COVID afdelingen komt geen bezoek.

‘Ik ben ten einde raad, want leef samen met onze dochter al twee weken tussen hoop en vrees’, zo vertelt Henk: ‘En ik kan het beeld niet kwijtraken van hoe Jannie van de trap werd getild en de ambulance in moest. Ze was zo ziek. Ik kon nog maar ternauwernood afscheid van haar nemen, zo snel ging het, en zo versuft en koortsig was ze… En ik moest haar bij de ambulance loslaten, want mocht niet eens mee. Is dit de laatste keer dat ik haar in levende lijve gezien heb? Dat is wat ik mij steeds afvraag.’

‘Als de arts belt, ben ik als de dood dat het voorbij is.’

Henk is blij van zich af te kunnen praten. Maar dan wel nadat ik hem uitgelegd heb dat ik geen ic-arts met slecht nieuws ben: ‘Als de verpleegsters bellen, weet ik dat het nog gaat, als de arts belt, ben ik als de dood dat het voorbij is.’ Henk vertelt meer, van hoe zij getrouwd waren en daarna gescheiden, en opnieuw samen, maar nu voor altijd. Had hij gehoopt. En over hun dochter, met iets van autisme, die maar amper lijkt te begrijpen wat er gebeurt. Maar waarover hij in de weken die volgen zegt dat zij naar elkaar toegroeien, want veel meer contact krijgen dan ooit het geval was. 

Vandaag is het ziektedag 36, zoals in het dossier genoteerd staat. In de afgelopen weken hebben Henk en ik regelmatig gebeld. Henk blaast stoom af vanwege alle spanning, maar wil vooral samen praten over het tergend langzaam vorderende beloop. Met soms iets van hoop, maar vaker de vrees dat het niet goed komt. De onmacht om dit vanaf zo’n abstracte afstand te moeten meemaken: ‘Ik was gistermiddag zo ten einde raad dat ik de auto pakte. Ik moest van huis.’ Zo vertelde hij twee weken geleden. ‘Wat ging je doen?’ – Ik dacht al aan 180 op de snelweg, of iets anders onverantwoordelijks. – ‘Ik reed naar het ziekenhuis en ben een paar keer eromheen gegaan en toen gestopt zo dicht mogelijk bij de ic, om van daaraf tegen haar te praten. Haar te vertellen hoe ik haar mis, en dat we willen dat ze weer thuiskomt.’

Een dag of wat later: ‘Ze hebben de sedatie weggehaald, de koorts is weg, het gaat goed. Nu moet ze uit zichzelf wakker worden!’ Het was fijn deze zo ontzettend bange man eens enthousiast te horen, met het heerlijke geloof dat zijn vrouw eindelijk aan de beterende hand was. De sedatie was wel gestopt, en de intubatie en daarmee de kunstmatige beademing, maar wakker worden, dat gebeurde niet. En weer regen de dagen zich aaneen. En het ging niet goed: ‘Ik moest komen – nu wel – voor een gesprek met de arts en om afscheid van haar te nemen. De koorts is opgelaaid, het is helemaal mis. 

De situatie herhaalde zich: intubatie, slaap, koorts, dan weer de ommekeer, fysieke verbetering, soms de ogen open, maar nog steeds geen teken van bewustzijn.

Enkele dagen geleden bleek uit een hersenscan dat waarschijnlijk forse schade is ontstaan, vermoedelijk door de te hoogopgelopen koorts. En Henk is weer gevraagd te komen, nu om met de ic-arts te bespreken welke opties er nog zijn in geval de coma, zoals het nu heet, aanhoudt, wat waarschijnlijk is. 

‘Ik heb nu driemaal afscheid moeten nemen van mijn vrouw.’

‘Ik heb nu driemaal afscheid moeten nemen van mijn vrouw. Eerst thuis, toen ze werd weggehaald, daarna op de ic, toen het helemaal fout liep, en nu, omdat er van hersenactiviteit geen sprake meer is.’ Het emotievolle in Henks stem lijkt plaats te hebben gemaakt voor uitputting, en meer nog, voor verslagenheid.

Vrijdag bellen we weer met elkaar. Ik heb deze man nog nooit ontmoet, maar merk dat er, nadat ik drie weken getuige heb mogen zijn van wat in zijn gezin en leven gebeurt, een band is ontstaan waarvan ik hoop dat die tot enige troost mag zijn in bange dagen.  

Anton Scholte
Geestelijk verzorger Ziekenhuisgroep Twente & Willem